Een cabriolet Citroën DS voor de Eiffeltoren aan de Seine, geschilderd in de Heritage Fresco-stijl

Land van herkomst

Citroën DS

door Luciano Vittori

Aan de oever van de Seine, met de Eiffeltoren als getuige, staat de auto die Frankrijk in staal goot. De Citroën DS — voor Fransen simpelweg *la Déesse*, de godin — hoort nergens beter thuis dan hier.

  • TechniekHahnemühle · Dibond
  • Formaat100 × 75 cm
  • OplageOplage van 24
  • Prijs€ 995
Bestellen of informeren

De godin en haar cabriolet

Toen de DS in 1955 op de autosalon van Parijs werd onthuld, leek hij uit de toekomst te zijn komen rollen. De stroomlijn, de zelfnivellerende hydropneumatische vering, de schijfremmen voor en de koplampen die in latere jaren meestuurden met het stuur — het publiek had nog nooit zoiets gezien, en op de openingsdag werden tienduizenden bestellingen genoteerd. Ontwerper Flaminio Bertoni en ingenieur Paul Magès hadden geen auto gebouwd, maar een beeld dat toevallig kon rijden. Tot 1975 zouden er bijna anderhalf miljoen van de band lopen.

De naam zelf is een woordspel dat alleen in het Frans werkt: 'DS' klinkt als *déesse*, godin. En van alle DS-en is de open versie de zeldzaamste. Citroën bouwde zelf geen cabriolet; daarvoor klopte men aan bij de Parijse carrossier Henri Chapron, die de daklozen met de hand afbouwde. Vanaf 1960 werd zijn *Cabriolet Usine* zelfs officieel via de Citroën-dealers verkocht — maar in elf jaar tijd rolden er slechts zo'n 1.300 uit zijn atelier. Vandaag behoort de DS-cabriolet tot de meest gezochte Franse klassiekers die er bestaan.

Luciano Vittori plaatst haar terug op haar geboortegrond: de Seine-kade, de herfstbomen, de toren van Eiffel op de achtergrond. De frescobewerking maakt van het plaatwerk een verweerd oppervlak, alsof de godin al een eeuw op deze plek staat — tijdloos, Frans, en volledig thuis.

Meer uit deze serie