Een Ferrari 250 GTO in racekleuren met startnummer 2 op een bergpasweg, geschilderd in de Heritage Fresco-stijl

Mille Miglia

Ferrari 250 GTO

door Luciano Vittori

Op een verlaten bergpas, waar de weg zich als een lint om de rotsen slingert, staat startnummer 2 stil: een Ferrari 250 GTO. Weinig auto's dragen de geest van de grote Italiaanse wegraces zo volledig als deze — snel, zeldzaam en onaantastbaar.

  • TechniekHahnemühle · Dibond
  • Formaat100 × 75 cm
  • OplageOplage van 24
  • Prijs€ 995
Bestellen of informeren Bekijk het certificaat op MyArtRegistry

De heilige graal van Maranello

De 250 GTO werd tussen 1962 en 1964 gebouwd, en er verlieten slechts zo'n zesendertig exemplaren de poorten van Maranello. Onder de handgevormde motorkap lag de befaamde Colombo-V12 van drie liter, met zes carburateurs en een gierende toon die tot vandaag het geluid van klassiek Ferrari is. De 'O' in de naam staat voor *Omologato* — gehomologeerd voor de GT-races, waarvoor Ferrari een minimumaantal moest bouwen.

Op de baan was de GTO vrijwel onverslaanbaar. Het model won drie jaar op rij het wereldkampioenschap voor GT-wagens en schitterde op circuits als Le Mans, de Tourist Trophy en de Targa Florio — de laatste van de grote Italiaanse wegraces, in de traditie van de Mille Miglia, die na 1957 als snelheidsrace was verdwenen. De GTO was daarmee de belichaming van een tijdperk dat al aan het vervagen was: dat van de renauto die je op zondag naar het circuit reed en waarmee je won.

Vandaag is de 250 GTO een van de duurste auto's ter wereld; enkele exemplaren wisselden voor tientallen miljoenen van eigenaar. Luciano Vittori plaatst hem niet in een glazen vitrine maar terug op de bergweg waarvoor hij geboren werd. De frescobewerking legt de patina van eeuwen over de rode lak — alsof de snelste GT van zijn generatie altijd al deel is geweest van de Toscaanse steen.

Meer uit deze serie